Menu Sluit menu
< terug naar nieuwsoverzicht

Terugblik op de workshop 'Gedeelde uitdagingen in citizen science'

Op 31 mei organiseerde Scivil workshops rond gedeelde uitdagingen in citizen science. Na inleidende presentaties door Luiza Mitrache (AfricaMuseum & Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen) en Thomas Van Oppens (schepen voor informaticabeleid bij de stad Leuven), verdeelden de 40 deelnemers zich over drie breakout sessies:  

  • Gedeelde uitdagingen: lokale besturen als katalysator voor citizen science.
  • Gedeelde uitdagingen: musea en bibliotheken als hotspots voor citizen science.
  • Gedeelde uitdagingen: ondersteuners van citizen science binnen (onderzoeks-)instellingen.

Hieronder brengen we verslag uit van de uitdagingen en oplossingen die in deze sessies besproken werden. 

 

Workshop starten met citizen science

Breakout 1: Ondersteuners van citizen science

De eerste breakout groep bestond uit ondersteuners van citizen science. De leden van de groep bestonden uit werknemers van onderzoeksinstellingen en lokale besturen. 

De uitdagingen
Er kwamen heel wat uitdagingen naar boven rond het ondersteunen van citizen science binnen de eigen instelling. Zo is er bijvoorbeeld nood aan meer kennis over citizen science, zowel bij startende als meer ervaren onderzoekers en bij ondersteunend personeel. Hierop kan ingespeeld worden door citizen science als (deel van een) vak op te nemen in de curricula van hogere studies, of zelfs door kinderen en jongeren reeds op jonge leeftijd op school met citizen science te laten kennismaken en experimenteren. 

Een andere uitdaging die naar boven kwam was de definitie van citizen science. Het is een breed begrip dat niet strikt afgebakend is. Dit maakt het soms moeilijk om er met anderen over te praten en de aanpak te promoten, omdat er onduidelijkheid is over wat het precies inhoud en hoe het verschilt van klassieke onderzoeksmethoden of klassieke participatie. 

Ook het structureel inbedden van citizen science is een uitdaging voor de ondersteuners. Ze merken dat er een grote kloof is tussen het ad hoc opzetten van citizen science projecten door individuele onderzoekers, en het structureel inbedden van citizen science in de hele organisatie. Ook (het gebrek aan) continuïteit van de citizenscience-projecten na afloop van de financiering speelt de structurele inbedding parten. Er zijn nieuwe manieren nodig om het materiaal en de community die een project oplevert te verduurzamen in een duurzaam traject. 

Ten slotte werd er door de deelnemers ook sterk gehamerd op het belang van dialoog met de burger, van voor de start van een project. Te vaak worden burgers pas betrokken wanneer het hele projectopzet reeds is uitgedacht, waardoor ze een zeer beperkte rol toegekend krijgen of de aanpak van het project niet optimaal afgestemd is op de leefwereld van de burger. Dialoog tussen projectinitiatiefnemers en burgers, van voor de start van een project, kan dienen als eye-opener voor de initiatiefnemers. Hierbij is het van belang om de visie op ‘expert’ en ‘leek’ bij te stellen, en ook de burgers te erkennen voor hun eigen unieke expertises die ze kunnen bijdragen aan een project. In een ideale wereld komen ook de (onderzoeks)vragen van projecten vanuit de burger en niet alleen vanuit de onderzoekers. 

Oplossing 1: de impact van citizen science in kaart brengen

Een eerste uitdaging waar de groep van ondersteuners mee aan de slag ging luidde als volgt: Hoe kan je alle impact en alle positieve effecten van een citizenscience-project in kaart brengen? Het in kaart brengen van deze impact is belangrijk om het volle potentieel van citizenscience aan te tonen, naar andere onderzoekers toe die de methode nog niet toepassen, naar financierders toe en naar de burgers die twijfelen om deel te nemen aan projecten. 

Naast een belangrijke bijdrage aan onderzoek en/of beleid in de vorm van data of andere wetenschappelijke outputs, hebben citzienscience-projecten ook belangrijke leereffecten op de burgerwetenschappers én op de projectinitiatiefnemers. Ook deze leereffecten, veranderingen in wereldbeeld en gedrag, moeten in rekening gebracht worden wanneer de impact van een project beoordeeld wordt. Zo kan een project op wetenschappelijk of beleidsvlak ‘mislukt’ zijn wanneer er geen waardevolle data of conclusies uit getrokken kunnen worden, maar nog steeds erg waardevolle uitkomsten hebben onder de vorm van leereffecten bij de deelnemers en een veranderde blik op wat het is om aan onderzoek te doen. 

Om naar een erkenning van deze brede waaier aan mogelijke positieve effecten van citizenscience toe te werken, is het nodig om te werken aan een andere framing van wat ‘goed onderzoek’ inhoud, waar er naast de wetenschappelijke output (peer reviewed publicaties) ook ruimte gelaten wordt voor de maatschappelijke output van het onderzoek. Financierders van onderzoeksprojecten houden idealiter ook met deze maatschappelijke outputs rekening en ook de KPI’s waar projecten naartoe moeten werken zouden een goede mix van kwantitatieve en kwalitatieve KPI’s moeten nastreven. 

Onderzoekers kunnen zelf aan deze uitdaging bijdragen door bij de evaluatie van projecten rekening te houden met deze brede waaier aan mogelijke impacts en door over de (beoogde) impact van hun project te blijven communiceren, van bij de start tot lang nadat het project afgerond is. 
 

Oplossing 2: het gebruik van de citizenscience-aanpak stimuleren

De tweede groep ging aan de slag met de uitdaging: “hoe kan mijn organisatie de ‘non-informed’ overtuigen om aan citizen science te doen?”. Dit kan van belang zijn bij zowel startende onderzoekers, die het hele onderzoeksproces nog moeten leren kennen, als voor meer ervaren onderzoekers, die mogelijks vastlopen op de vele drempels die bij citizenscience komen kijken. Ook de burgers zou dit ten goede komen, doordat er een groter aanbod van citizenscience-projecten beschikbaar komt om aan deel te nemen. 

De groep lijstte een heel aantal concrete stappen op die organisaties kunnen zetten om hun medewerkers te overtuigen om aan citizenscience te doen. Hierbij kan een changemanagement-insteek gevolg worden in drie stappen: 1) informeren: wat is citizen science? 2) emotionele binding creëren met het gegeven van citizen science, en 3) aanzetten tot actie. 

Om medewerkers te informeren kunnen lunch talks georganiseerd worden en een centraal verzamelpunt opgesteld worden met informatie over citizen science. Ook events die een informele uitwisseling van informatie ondersteunen kunnen bijdragen, zoals netwerking sessies of een buddy-systeem tussen ervaren citizenscience-onderzoekers en nieuwkomers. Daarnaast is het belangrijk om de resultaten van projecten heel visibel te maken. De emotionele binding kan gecreëerd worden door in te zetten op succesverhalen, persoonlijke verhalen van projectinitiatiefnemers, het uitnodigen van burgers of publieke diensten in de onderzoeksinstelling en het inzetten van ambassadeurs van citizen science. Ten slotte het aanzetten tot actie, kan ondersteund worden door praktische sessies te organiseren zoals citizenscience-clinics, het opzetten van een citizenscience-werkgroep, het promoten van het experimenteren met kleinschalige pilots. 

Om een citizenscience-aanpak duurzaam te stimuleren is ook de context belangrijk, zoals steun van de hiërarchie, vanuit de directie en managers en een open, flexibele organisatiecultuur die open staat voor trial & error.

Breakout 2: Bibliotheken, musea en archieven

Aan deze sessie namen medewerkers van bibliotheken, musea en archieven deel. Sommigen hadden al ervaring met citizen science in hun instelling, anderen niet. 

De uitdagingen 
Er werden tijdens de brainstorm heel wat uitdagingen rond citizen science in bibliotheken, musea en archieven geformuleerd. De uitdagingen werden vervolgens geordend in clusters, om daarna verder aan de slag te gaan met één cluster per groepje.

Een eerste cluster van uitdagingen betreft het omgaan met verschillende perspectieven en verwachtingen ten aanzien van een citizen science project. Het betrekken van verschillende stakeholders zorgt voor verschillende verwachtingen, wat mogelijks tot conflict kan leiden. Hoe ga je daarmee om in je project? Hoe zorg je ervoor dat er vanaf de start van het project een open klimaat is om de verschillende perspectieven ruimte te geven? En indien er zich toch conflicten voordoen, hoe ga je daarmee om? Aansluitend daarbij werd ook het belang van een win-win situatie te creëren, aangehaald, zodat alle partijen gemotiveerd blijven.

Een volgende uitdaging die aan bod kwam, is het verzekeren van een goede kwaliteit van de verzamelde data. Enerzijds kan het een uitdaging zijn om over voldoende kennis te beschikken rond datakwaliteit. Wanneer er bijvoorbeeld bottom-up een project wordt opgezet, waar niet meteen een professionele onderzoeker bij betrokken is, kan het zijn dat het projectteam niet over voldoende kennis beschikt over hoe datakwaliteit te garanderen. Maar ook wanneer die kennis wel aanwezig is in het projectteam, kan het een uitdaging vormen om de kwaliteit van de data te verzekeren, bijvoorbeeld wat betreft tijd en mankracht. Hoe ga je daarmee om als project of organisatie?

Een veelbesproken uitdaging ging over de doelgroep van een project, waarbij ‘doelgroep’ hier de participerende burgers omvat. Vragen als ‘Hoe motiveer ik burgers om deel te nemen?’ en ‘Hoe houd ik de burgers geïnteresseerd en gemotiveerd doorheen de duur van het project?’ kwamen bij meerdere deelnemers naar boven. Bij het verder ingaan op deze uitdaging, werd ook sterk gehamerd op het bereiken van een divers doelpubliek. 

Er werd ook dieper ingegaan op hoe erfgoedinstellingen onderzoekers, die mogelijks een citizen science project willen opstarten, kunnen ondersteunen. Welke kennis, infrastructuur of ander zaken zijn er vanuit de erfgoedinstelling nodig om onderzoekers op weg te helpen? 

Tot slot kwam ook het beschikken over voldoende financiële middelen en mankracht als uitdaging naar voren. Vaak hebben de medewerkers van bibliotheken, musea en archieven niet voldoende tijd ter beschikking om dergelijke projecten mee vorm te geven.

Oplossing 1: Hoe kunnen erfgoedinstellingen onderzoekers ondersteunen in CS?

Een eerste groep ging aan de slag met de vraag op welke manier erfgoedinstellingen onderzoekers kunnen ondersteunen bij het opstarten van een citizen-scienceproject. Bij deze uitdaging zijn niet enkel de medewerkers van erfgoedinstellingen en de onderzoekers betrokken. Een goede samenwerking tussen beide partijen, komt ook de burgerwetenschappers en financiers ten goede. 

De rol die een instelling kan spelen in het ondersteunen van onderzoekers is uiteraard mede afhankelijk van het project en de soort instelling. De groep omschreef wel enkele algemene stappen die gezet kunnen worden om meer duidelijkheid te krijgen over de inhoud van deze rol. Het maken van een SWOT-analyse van de instelling zou een eerste stap kunnen zijn. De instelling kan daarmee haar sterktes en zwaktes oplijsten, aangevuld met de kansen en bedreigingen. Zo worden o.a. de expertise van de medewerkers van de instelling meegenomen, de collectie, maar ook waardevolle partnerschappen etc. Op basis daarvan kan een potentieel aanbod bepaald worden.

In een volgende stap zou er een platform opgezet kunnen worden waar onderzoekers en erfgoedinstellingen gematcht kunnen worden. Een instelling kan zo aangeven wat ze te bieden hebben, zowel qua expertise en mankracht, alsook wat betreft de collectie. Onderzoekers kunnen dan weer aangeven wat hun onderzoeksveld en –interesse is, en hun eventuele idee voor een citizen science project.  Op die manier wordt een brug gebouwd tussen de twee. Tijdens het hele proces kan er ook ten rade gegaan worden bij collega-instellingen om zo best practices uit te wisselen. 

Idealiter wordt na een samenwerking een evaluatie uitgevoerd. Was de samenwerking succesvol? Hebben we de onderzoeker in deze rol kunnen ondersteunen? Wat zouden we in een volgende samenwerking aanpassen? Welke noden zijn al dan niet ingelost?

Oplossing 2: Hoe kunnen we een diverse doelgroep bereiken?

Het tweede groepje ging aan de slag met de uitdaging rond het bereiken van diverse doelgroepen om deel te nemen aan een citizen science project. Er werd vooral ingezoomd op projecten die een brede doelgroep beogen, en waar er dus niet zozeer een specifieke vereiste is om deel te nemen. Hoe zorg je ervoor dat het niet enkel de klassieke burgerwetenschapper bereikt, zijnde een oudere hoogopgeleide man, geïnteresseerd in wetenschap, maar ook moeilijker te bereiken doelgroepen?

De groep formuleerde enkele ideeën die kunnen helpen bij het bereiken van een bredere doelgroep. Zo kwam het inzetten op bestaande netwerken meermaals naar boven. Er kan actief nagedacht worden over het identificeren van enkele moeilijker te bereiken doelgroepen, om vervolgens bestaande organisaties of netwerken te zoeken die reeds contacten hebben met deze doelgroepen. 

Naast bestaande netwerken kan er ook met ambassadeurs gewerkt worden. De ambassadeurs zijn in dat geval burgers die participeren in het project en zo andere burgers uit hun omgeving proberen te inspireren om ook deel te nemen. Op die manier kunnen mogelijks via een sneeuwbaleffect extra burgers bereikt worden. 

Belangrijk bij al deze initiatieven is het afstemmen van de communicatiekanalen alsook de inhoud van de communicatie op de doelgroep die je wenst te bereiken. Zo kan het voor de ene doelgroep een goed idee zijn om het project via social media en online kanalen te verspreiden, maar zal het voor een ander project eerder zinvol zijn om van deur tot deur te gaan om de mensen over het project te informeren. Je kan bij de communicatie ook vertrekken van de verschillende soorten motivaties die burgers kunnen hebben om deel te nemen aan een project. Die motivaties en interesses kan je vervolgens gebruiken om je communicatie op af te stemmen. 

Tot slot werd ook een samenwerking met scholen aangehaald om een diverser publiek te bereiken. Dit vanuit de idee dat (zo goed als) alle kinderen naar school gaan, en je op die manier een diverser publiek bereikt, zeker als je via de school ook de ouders kan bereiken.
 

Breakout 3: Lokale besturen

Aan deze breakout sessie namen medewerkers van verschillende Vlaamse lokale besturen deel. De deelnemers vertegenwoordigden overwegend centrumsteden. 

De uitdagingen
De deelnemers aan deze breakout formuleerden een hele resem vragen en uitdagingen. We groepeerden ze losjes in thema’s. Daarna gingen we in twee groepen aan de slag om oplossingen voor twee van de uitdagingen te bedenken.


Interne en externe netwerken

  • Hoe kunnen lokale besturen kennisinstellingen betrekken? Niet elke stad of gemeente heeft een universiteit of hogeschool op haar grondgebied en het is vaak moeilijk te achterhalen welke onderzoekers of departementen interesse hebben in een samenwerking rond citizen sicence.
  • Hoe kunnen we iedereen binnen een lokale administratie mee aan boord krijgen van citizen science?
  • Hoe bewaren we het evenwicht tussen bewoners, experten, middenveld en overheid? En welke rol kan een stad of gemeente hierin spelen?
  • Op welke schaal kan je aan citizen science doen? Welke bovenlokale initiatieven bestaan er die gemeenten en steden van elkaar kunnen overnemen?
  • Hoe kunnen we financiële incentives zoeken of opzetten voor citizen science?


Bewoners en burgerwetenschappers

  • Sommige onderzoeksthema’s lokken sneller negatieve reacties of polarisatie uit dan andere. Een mobiliteitsmeting of luchtkwaliteitsmeting verhit de gemoederen gemakkelijker dan het classificeren van sterrenstelsels op telescoopbeelden.
  • Hoe kunnen we bewoners warm maken om deel te nemen aan citizen science?
  • Citizen science is meer dan sensoren. Hoe kunnen we citizen science initiatieven opzetten die meer doen dan data verzamelen, maar ook de expertise of ervaringen van bewoners kunnen betrekken?
  • Hoe kunnen we voor een meer diverse en representatieve deelname aan citizen science zorgen?


Analyse en onderzoek

  • Hoe kunnen lokale besturen citizen science data op een juiste manier interpreteren?
  • Welke rol kan AI opnemen binnen citizen science?

Technisch en data

  • Hoe kan je resultaten van citizen science bestendigen? Hoe zorg je dat de data duurzaam en nuttig blijft?
  • Hoe kan je de datakwaliteit bewaken?
  • Hoe kunnen we data standaardiseren en toegankelijk maken (dmv API’s)?
  • Hoe kunnen sensoren of protocollen gekalibreerd worden?

Ethiek en privacy

  • Hoe beschermen we privacy van bewoners? Is hier een grootschaliger debat rond nodig?
  • Hoe kunnen we open data nastreven en zonder dat dit de privacy van bewoners bedreigt? In welke mate kunnen we alle data openstellen als die ons in een slecht daglicht kan plaatsen?

Oplossing 1: Hoe incentiveer je burgeronderzoek?

De eerste groep ging aan de slag met de uitdaging ‘Hoe kan je besturen, bewoners en andere actoren overtuigen om aan citizen science te doen?’. Er zijn meer betrokkenen bij deze uitdaging dan de lokale administratie en de bewoners, ook wetenschappers en politici hebben een belangrijke rol te spelen in citizen science en zijn gebaat bij een oplossing.

De groep maakte een belangrijke kanttekening dat de motivatie om deel te nemen aan citizen science sterk verschilt naargelang het type onderzoek dat gevoerd wordt en de duur ervan. Daarom brachten de deelnemers een hele reeks acties aan die kunnen helpen om al deze partijen te overtuigen en te motiveren.

Ze onderstreepten het belang van een goede communicatiestrategie. Verschillende communicatiekanalen kunnen specifieke doelgroepen bereiken. Het is ook belangrijk om helder te communiceren over de nodige inspanningen en de verwachte impact van een project. De complexiteit van een project dient zo veel mogelijk beperkt te worden om stakeholders aan boord te houden. Een goede opleiding van de burgerwetenschappers  essentiëel. Gamification van de onderzoekstaken kan helpen om deelnamecijfers hoog te houden. De groep overwoog ook de mogelijkheid om bepaalde stakeholders, bijvoorbeeld bedrijven, te verplichten om deel te nemen of bij te dragen.

De deelnemers van de workshop zagen een rol voor zichzelf en hun collega’s weggelegd in het benutten van de communicatiekanalen waarover een stad of gemeente al beschikt om stakeholders te bereiken. Lokale besturen kunnen ook een faciliterende rol voor citizen science opnemen en bestaande initiatieven verder ondersteunen. Ten slotte kan citizen science ook een plaats krijgen in de beleidsfocus.

Voor externe partnerschappen of ondersteuning, keek deze groep naar bedrijven en non-profitorganisaties die een sterkere rol kunnen opnemen in citizen science. Actiegroepen zijn vaak sterk gemotiveerd om aan bepaalde onderzoeken bij te dragen, maar de groep zag ook risico’s in het betrekken van deze spelers. Ten slotte overwogen de deelnemers mogelijkheden om een representatieve deelname te verzekeren, bijvoorbeeld door loting of een geografische spreiding van deelnemers te hanteren.

Oplossing 2: Hoe kunnen we win-win situaties genereren voor lokale besturen, bewoners, onderzoekers, bedrijven en middenveld?

Bij deze uitdaging maakte de tweede groep om te beginnen de kanttekening dat al deze mogelijke stakeholders verschillende verwachtingen kunnen hebben ten opzichte van het citizen-scienceproject, in het bijzonder bij controversiële of polariserende onderwerpen. Aan de andere kant, is citizen science de methode bij uitstek om bij zulke onderwerpen van aannames naar objectieve feiten te gaan.

Daarom is het belangrijk om de verwachtingen en noden van alle betrokken partijen in kaart te brengen en steeds helder te communiceren. Het identificeren van een gemeenschappelijk belang dat alle partijen verenigt is daarin cruciaal.

Projecten met een beperkt en concreet doel en afgebakend in tijd en plaats helpen om ook ambitieuze doelen op lange termijn behapbaar te maken. Je kan een olifant immers alleen maar in kleine stukjes opeten.

Deze groep identificeerde een nood aan goede voorbeelden en concrete ervaringen of tips om uit te wisselen tussen besturen en citizenscience-coördinatoren. We ervaren gemakkelijk dezelfde uitdagingen, dus waarom delen we ze dan niet meer? ‘Wat doe je wanneer de stroomtoevoer naar je sensoren faalt?’ ‘Hoe ga je constructief om met een dwarse bewoner?’ Lerende netwerken van citizenscience-initiatiefnemers of geïnteresseerden kunnen ingebed worden in bestaande netwerken, zoals die van Smart Flancers of KCVS.

Daarnaast leefde het idee dat lokale citizenscience-ambassadeurs kunnen zowel bij de bewoners, het lokale bestuur als bij de andere (lokale) stakeholders ‘zieltjes winnen’ voor citizen science als methode.

Ten slotte zou een overzicht van mogelijke raamovereenkomsten of financiering helpen om meer citizen science op lokaal vlak te doen ontstaan.
 

Dit event kon doorgaan dankzij de steun van het Agentschap Binnenlands Bestuur van de Vlaamse Overheid.

page-square2--black Created with Sketch.