Wat is de kostprijs van citizen science? Hoeveel middelen moet een bestuur reserveren? Welke subsidiekanalen bestaan er?
De kostprijs van citizen science verschilt van project tot project. De personeelskosten vallen doorgaans mee, omdat de meeste projecten berusten op vrijwillige inzet, of omdat ze terugvallen op medewerkers die via andere kanalen worden gefinancierd (onderzoekers, leerkrachten etc.). Als gemeentelijke medewerkers bijspringen, vertaalt zich dat wel in het kostenplaatje voor het bestuur. De tijd en energie voor projectcoördinatie, communicatie, eventuele opleidingen en workshops of het actief opvolgen van een citizen-sciencepartnerschap zijn daarentegen niet te onderschatten.
De materiële kosten zijn divers, van communicatie tot meetapparatuur. Vooral de kosten voor die laatste kunnen sterk oplopen, al hoeft dat niet altijd het geval te zijn. In citizen science kiest men meestal voor zeer toegankelijke meetapparatuur. Deze is mogelijks wat minder nauwkeurig, maar kan wel zeer breed gedeeld en ingezet worden. Binnen het project ‘Smart Waterland’ bijvoorbeeld heeft de West-Vlaamse intercommunale WVI een 3D-printer aangekocht waarmee scholen op een goedkope manier eigen pluviometers kunnen printen. Ze dienden hiervoor een project in voor de ‘Slim in de Stad’ prijs. Ook voor applicaties en platformen bestaan heel wat instapklare opties (zie hoofdstuk 6). Als men zelf een nieuwe applicatie of een nieuw platform wilt ontwikkelen, kunnen de kosten snel zeer hoog oplopen.
De meeste kosten doen zich voor bij de start van het project, het moment waarop je ondersteunend materiaal ontwikkelt, de aankoop van technologie overweegt etc.
Foto: Micheile Henderson, via Unsplash
Naast materiële ondersteuning (communicatie, personeelsinzet,...) komen steden en gemeenten ook financieel tussen in citizen science. Voorbeelden van unieke subsidielijnen voor citizen-scienceprojecten zien we vooralsnog niet, maar er zijn wel voorbeelden van bestaande subsidielijnen waarbinnen citizen-scienceprojecten worden ingeschoven. We geven enkele voorbeelden:
Vooral kleinschalige en lokale citizenscience-initiatieven zullen financiële ondersteuning vanuit de stad of gemeente zeer sterk waarderen. Uit een bevraging van deze initiatieven weten we dat ze met kleine budgetten vaak een heel eind springen. De projecten geven verder aan dat bij de toekenning van financiering voldoende aandacht moet zijn voor de lange termijn (en opschalingsmogelijkheden). Met een kortstondige 'steekvlamfinanciering' riskeer je dat de vlam snel uitdooft.
Citizen science wordt ook vanuit de Vlaamse overheid en de Europese Commissie ondersteund, soms rechtstreeks (zoals geïllustreerd met de EWI-oproepen hieronder), meestal als onderdeel van of ingeschoven in een groter project.
Oproepen vanuit het Departement Economie, Wetenschap en Innovatie (EWI). De afgelopen 4 jaar ondersteunde het Departement EWI in totaal twintig citizen-scienceprojecten voor een totaal bedrag van € 2.900.000:
Europese fondsen. De Europese prioriteiten voor de komende jaren zijn samengevat in de Green Deal. Europa gaat voor een innovatieve economie, klimaatneutraliteit en sociale rechtvaardigheid. De Europese fondsen staan in het teken van projecten die bijdragen tot deze ambities. Citizen science kan daarin een belangrijk onderdeel zijn en bijdragen op educatief en wetenschappelijk vlak, op vlak van sensibilisering of als meerwaarde voor het beleid.
In het verleden werden INTERREG Europe, INTERREG North Sea Region en ERASMUS+ al succesvol ingezet voor citizen science. Ook vanuit HORIZON worden onderzoeksprojecten rond citizen science gefinancierd.
Een aantal voorbeelden van Europees gefinancierde citizen-scienceprojecten:
Meer algemene informatie over ondersteuning vanuit de Europese Commissie aan citizen science is hier te vinden.
Tips voor het vinden van financiële middelen